Krans-coaching…

…voor de verandering!!!

De trein

Ze komt naast me staan en steekt een sigaret op. Klein, lang gitzwart haar en een felgekleurde jas.. Ze zoekt oogcontact en glimlacht terwijl ze “is wél koud he?” zegt. Ik knik en glimlach ook en ze komt voor Nederlandse begrippen, heel dicht me staan. Met een zangerig accent zegt ze dat ze er maar niet aan kan wennen. Bij mij vragende blik gaat ze verder: “kou en onzin” en wuift met haar sigaret naar de rokerspaal. “Bij ons mag gewoon roken, iedereen toch allemaal buiten”. Met haar handen benadrukt ze de logica daarvan en als ik haar al niet op haar woord gelooft had, zouden haar ogen me beslist overtuigd hebben van haar alle gelijk van de wereld. Haar “bij ons” is overduidelijk hoor en zichtbaar, niet hier in de polder.

“Roken? “ zei ze “geeft niet, is goed ‘effe sitte, effe peukie’” en weer knikte ze heftig met haar hoofd. Terwijl ze zwaait met haar wijsvinger zegt ze: “Echt waar hoor, luisteren maar, ik weet 200% zeker. Daarna volgt er in rap tempo een verhaal over haar grootvader die op zijn 100e verjaardag besloot te stoppen met roken en DAAROM binnen 14 dagen dood was. Ze praat met passie, armen en benen en het lijkt opeens veel minder koud, op dat perron. Na nog een venijnig trekje, schiet ze met duim en middelvinger, het peukje tussen de rails. Ik zie het en ik hoor in mijn hoofd “rokers schandpaal”.

Ze vraagt naar mijn bestemming en het lijkt wel alsof ze begint te stralen als ik haar zeg waar mijn reis naartoe gaat. Mijn plan om tijdens de lange rit wat op mijn laptop te werken, zie ik op datzelfde moment in rook opgaan als ze triomfantelijk jubelt: “Ha, toeval bestaan dus wel!”. Terwijl de trein inmiddels voor ons staat en we instappen hoor ik maar gedeeltelijk wat ze vertelt over het toeval want tot mijn verbijstering duwt ze me vastberaden, in de richting van een lege bank. Als zij gaat zitten en mijn ogen nog hoopvol zoeken naar een ander plekje, zegt ze “ga maar lekker ergens zitten waar je wil hoor” , terwijl ze met haar vlakke hand op de zitplaats naast zich slaat. Op het moment dat ze begint te schateren, heb ik het gevoel alsof de bliksem in de trein slaat. Ze weet wat ze doet en ze weet dat ik dat weet. Voor ik goed en wel zit begint de trein te rijden en meer snelheid te maken. Terwijl ik ga zitten hoor ik naast me vrolijk zeggen dat ze Anna heet en hoe ze het gedaan heeft weet ik niet maar op het tafeltje voor zich heeft ze bijna een koud buffet uitgestald. Terwijl ze een hap neemt zegt ze: “eten maar hoor” en ze wuift naar de zakjes en bakjes.  Dan vraagt ze zonder enige gene wat ik ga doen, daar waar we heen gaan. Ga ik ergens op bezoek of is het werk en wat voor werk doe ik dan. Bij hoeveel mensen ik op bezoek ga en of dat familie is of “anders is”. Nog voor het volgende station is ze al kilometers verder met wat ze heeft besloten te willen weten. Ze knikt en humt voortdurend goedkeurend en ook mijn jas wordt goedgekeurd: “is mooi, deze, was veel duur?”. Ze is het met me eens dat 40 euro een koopje is en genoeglijk samen kauwend horen we omroepen dat  onze trein vanaf nu in één ruk door zal gaan naar onze eindbestemming.  Op mijn beurt grijnzend merk ik op dat het leven net een treinreis is waarbij je pas als je er bijna bent, merkt dat je veel te hard langs de stations bent gescheurd. Met recht “gescheurd” zelfs, en bij wijze van. Ook al vertrek je in je goeie pak, halverwege de reis hangt het om je heen toch aardig  te flapperen, zo links en rechts, niet? Ja, knikt ze verwoed en nog steeds volmondig. “Jij ben wel vrolijke, gezellige vrouw, vind ik leuk”. Even heb ik het gevoel dat haar nieuwsgierigheid voldoende is bevredigd. Ze heeft haar hoofd omgedraaid en kijkt  naar buiten waar het steeds donkerder begint te worden.  In de weerspiegeling van het glas zie ik haar ogen heen en weer schieten tot ze met een ruk tot stilstand komen en recht in die van mij kijken. Ze blijft via het glas naar me kijken en vraagt in nu opeens accentloos Nederlands:  “zou je ingestapt zijn als je alles had geweten?” en elke neuron in mij snapt wat ze bedoelt. Zwijgend leest ze mijn antwoord van mijn gezicht en knikt weer. Woordeloos zegt ze vervolgens: “ik ook”.

trein

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Information

This entry was posted on 20/01/2015 by in 60 Dagen plant-based.

Categorieën

Archief

Delen

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedintumblrmail

Volgen

FacebooktwitterlinkedinFacebooktwitterlinkedin